|
METERSCHAP
Interview
Eerst en vooral wil ik je bedanken voor het feit dat je het meterschap aanvaardt hebt. Je maakt me daar erg blij mee. In het interview wil ik je enerzijds een aantal vragen stellen over het meterschap en anderzijds een aantal algemene vragen rond personen met een handicap. Dominiek: Waarom heb je het meterschap eigenlijk aanvaard? Wat drijft je? Mieke: Ik ben al 30 jaar aan het vechten voor een betere situatie voor mensen met een handicap. Vóór ik in de politiek stapte, werkte ik bij een organisatie die zich bezighield met een soort begeleid wonen. In die tijd – 30 jaar geleden – was dat heel speciaal, mensen die niet in een voorziening, maar gewoon in een huis in de rij woonden. 20 jaar geleden ben ik dan in de politiek gestapt en heb ik mijn oude liefde meegenomen. Ik wou vechten voor een betere wereld, zeker ook een betere wereld voor mensen met een handicap. Personen met een handicap zijn een beetje de "groene" draad in mijn leven. Eerst ben ik dan in het parlement geweest. Later - van 1999 tot 2003 - was ik minister van Welzijn en toen heb ik een aantal dingen kunnen doen, waar ik altijd al van droomde namelijk Grip oprichten en voor hen een plaatsje zoeken in het Gelijkekansenhuis en het Persoonsgebonden Assistentiebudget, ook voor mentaal gehandicapten, invoeren. Ik ben nog altijd heel blij dat ik dat heb kunnen doen. Dominiek: Hoe denk je je steentje te kunnen bijdragen aan mijn site? Mieke: Door mijn naam aan de site te verbinden hoop ik dat andere mensen gaan zeggen "ha, Mieke vindt dat ook een goede site. We zullen eens een kijkje nemen" en naar de site surfen. Dat is belangrijk. Ik vind het trouwens een tof initiatief. En ik denk ook wel dat jullie een toegankelijke site voor mensen met een mentale handicap zullen maken. En dat is heel belangrijk. Dominiek: Wat doe je nu zoal? Mieke: Ik verveel me niet. Eigenlijk heb ik nu 3 jobs. In 2003 – we hadden toen de verkiezingen geweldig verloren - was ik plots "werkloos", ik had niets meer, maar ik wou mijn ideeën doorgeven aan jonge mensen. Ik heb dan 2 boeken geschreven over welzijn en ben les gaan geven aan maatschappelijk werkers (2de en 3de jaar). En toen kwam er een plaatsje vrij in het OCMW van Antwerpen en ben ik lid geworden. Nu werk ik bijna halftijds in het OCMW in Antwerpen en praat daar met mensen die een dossier ingediend hebben om geld te krijgen. In 2004 waren er opnieuw verkiezingen, maar ik wou eigenlijk niet meer in het parlement zitten. Ik was het een beetje beu na 20 jaar. Maar de partij vroeg mij om toch op de lijst te staan, want ze had het moeilijk. Ik heb dan ingestemd en stond helemaal onderaan de lijst. Maar toen kreeg ik zoveel stemmen dat ik helemaal naar boven ben gewipt en nu toch in het Vlaams parlement zit. Eerst had ik niets en nu heb ik 3 jobs. Maar liever veel werk dan niets. Politiek is een ziekte, hé. Daar geraak je nooit meer vanaf. Dominiek: Wat hoop je in de toekomst nog te realiseren? Mieke: Ik houd de nieuwe minister een beetje in het oog. Ik wil erop toezien dat er wordt verder gedaan met Grip, dat er niet op wordt bespaard en dat ook het persoonsgebonden budget verder wordt uitgewerkt, ook al zien de instellingen en vakbonden dat niet echt zitten. Maar het is veel beter voor mensen met een handicap. Ik wil een beetje "waakhond" spelen. En ook op persoonlijk vlak wil ik een aantal dingen, zo wil ik bijvoorbeeld graag "bomma" worden. Dominiek: Hoe zie jij de toekomst voor personen met een handicap? Wat kan jij voor hen doen/betekenen? Mieke: De toekomst van mensen met een handicap moet veel meer in de gewone maatschappij liggen. We komen van heel ver. 40 – 50 jaar geleden vond men een instelling ergens ver weg in het groen de beste oplossing voor mensen met een handicap. We hebben dus al een hele weg afgelegd, maar we zijn er nog lang niet. Nu is het zo dat je als persoon met een handicap nog altijd telkens opnieuw moet opkomen voor je rechten, dat je nog heel vaak op onbegrip stuit. Personen met een handicap horen "in" de samenleving en zouden veel meer deel moeten uitmaken van de maatschappij. Dominiek: Hoe denk je over relaties voor personen met een handicap? Vind je dat personen met een handicap ook een relatie kunnen/mogen aangaan? En wat met een eventuele kinderwens? Mieke: Ik vind dat ook personen met een handicap relaties moeten kunnen aangaan. Seksualiteit beleven is voor ieder mens belangrijk, ook voor personen met een handicap. Hetzelfde geldt voor "kinderen". Het is geen kwestie van handicap of niet. Je moet je – net als iedereen – afvragen of je het kunt dragen, of je het aankan, of je er klaar voor bent. En dan beslissen of je ervoor gaat of niet. Het is een kwestie van eerst "blabla" en dan "boemboem". Dominiek: Vind je niet dat de overheid meer en sneller werk zou moeten maken van de toegankelijkheid van openbare gebouwen en scholen voor personen met een handicap? Mieke: Zeker. Er wordt wel veel over gepraat, maar zodra er wetten moeten worden gemaakt, loopt het vast. De overheid kijkt te vaak door de bril van de actieve, valide mens. Ik heb nog veel discussies gehad met minister van Mechelen van Ruimtelijke Ordening. Hij beloofde een wet op te stellen, waarin zou staan dat openbare gebouwen pas een bouwvergunning zouden krijgen als ze toegankelijk zouden zijn voor rolstoelgebruikers en minder mobielen . Hij wou ook een reglement voor lokale besturen dat hen zou verplichten stoepen en borduren te verlagen. Maar dat is er nooit gekomen. Waarom niet? Omdat er veel tegenkanting is van de gemeentebesturen. Het is altijd een kwestie van geld. Een gebouw toegankelijk maken, is misschien wat duurder en dat geld heeft men dan niet. Toch wil men erg graag dat "lintje" doorknippen. Voor het "gemak" laat men personen met een handicap dan even buiten beschouwing. Dominiek: Vind je niet dat de media meer rekening zouden moeten houden met personen met een verstandelijke handicap? Vooral dan op het vlak van eenvoudig taalgebruik? Mieke: Ja absoluut, personen met een mentale handicap zouden meer in gewone programma's moeten komen. Als ze nu op TV komen dan is het in een programma "over" personen met een handicap. Als er een programma gemaakt wordt over seksualiteit of kinderen opvoeden, dan zou men toch ook gewoon mensen met een mentale handicap kunnen uitnodigen en ook aan hen de vraag kunnen stellen: "Wat denken jullie erover? Wat is jullie mening?" We zouden nog een stuk wijsheid van hen kunnen opdoen. Mensen met een mentale handicap hebben vaak vrij "heldere" ideeën, zijn spontaner en directer als het op emoties aankomt. Wij, wij zijn gekneed door de samenleving, wij hebben gestudeerd en maken de dingen vaak onnodig ingewikkeld. Het is zo'n meerwaarde, die spontaneïteit. Dat heb ik al meerdere keren mogen ervaren. Mensen met een mentale handicap zijn echt, die spelen geen rolletjes. Dominiek: Vind je dat het onderwijs voor "ieder" kind toegankelijk moet zijn, ook voor kinderen met een handicap? Met andere woorden hoe sta je tegenover "inclusief onderwijs"? Mieke: In het Gelijkeonderwijskansendecreet staat dat personen met een handicap maximaal geïntegreerd moeten zijn in het gewone onderwijs. Het vertrekt zeer goed, maar dan zie je dat er 36 uitzonderingen mogelijk zijn en dat uiteindelijk méér mensen in het bijzonder onderwijs terechtkomen. En dat is absoluut niet de bedoeling. De draagkracht van de leerkrachten en het onderwijs verkleint in plaats van vergroot. Hoe meer men erover praat, hoe minder het in realiteit waar wordt. En dat is anderzijds ook wel te begrijpen. Er zijn vandaag meer kinderen met problemen in het gewone onderwijs, vooral dan psychosociale problemen, kinderen van echtscheidingen. Zij vragen ook extra zorg en aandacht. Een kind met een handicap in de klas erbij is er dan vaak te veel aan. Verder is men ook bang en is er onvoldoende informatie. En het zou natuurlijk ook een grote hulp zijn mocht een persoonlijke assistent de leraar en het kind met een handicap in de klas kunnen bijstaan. Scholen moeten maximaal toegankelijk zijn voor kinderen met een handicap. Nu is het niet goed. Er wordt veel te veel en veel te automatisch doorverwezen naar het Bijzonder onderwijs. Kinderen met een handicap krijgen te weinig kansen in het gewone onderwijs. Maar we mogen ook niet in het andere uiterste vervallen en zeggen: "Ieder kind met een handicap hoort thuis in het gewone onderwijs". Sommige kinderen zijn meer gebaat met de beschutte omgeving van het Bijzonder Onderwijs. Ik ken genoeg voorbeelden – in mijn eigen familie zelfs - van kinderen die in het gewone onderwijs zó op hun tippen van hun tenen moesten lopen dat ze erg ongelukkig waren. En die in het Bijzonder onderwijs helemaal openbloeiden, omdat ze op hun niveau zaten. Dominiek: Alvast heel erg bedankt voor het interview en je medewerking!
|