HOME      EMAIL      CONTACT      LINKS      AGENDA      METERSCHAP      PETERSCHAP      KLAVIERMENU      Nieuw      Print


HOME

Kijken naar inclusie


Voordracht VUB -"Kijken naar inclusie"
 
Brussel, 8 november 2005
 
Goeiemorgen allemaal,
 

Mijn naam is Dominiek Porreye.
 
Ik heb een verstandelijke handicap. Ik heb heel mijn leven in een instelling gewoond, maar sinds twee jaar woon ik zelfstandig in Gent. 
 
Hier naast mij zit mijn assistente, Griet.  

Vandaag wil ik jullie vertellen wat inclusie voor mij betekent en welke moeilijkheden ik doorheen mijn leven in deze samenleving ondervond, als persoon met een handicap.  

Als laatste zal ik jullie vertellen over EEP, een methode om als persoon met een handicap zelf je toekomst in handen te nemen.  

Wat betekent inclusie voor mij?  

Dat een persoon met een handicap dezelfde rechten en kansen kan krijgen als een persoon zonder handicap.  

Ik wil ook kansen krijgen zoals iedereen om dingen in mijn leven te bereiken.
Ik wil aanvaard worden zoals ik ben.  

Bijvoorbeeld: dat ik een opleiding kan volgen die ik zelf wil, dat ik kan kiezen waar ik werk en kan kiezen om een relatie op te bouwen ...  

Kinderen moeten van jongsaf aan leren omgaan met mensen met een handicap.  

De school is hiervoor de ideale basis. Hoe jonger men is, hoe minder men problemen maakt over een handicap. Hoe beter men met mensen met een handicap kan omgaan, weten wat de persoon wel en niet kan.  

Zelf heb ik als persoon met een handicap in mijn leven niet altijd dezelfde kansen gekregen als een persoon zonder handicap.  

Ik wil jullie hiervan graag voorbeelden geven op verschillende gebieden.

Ten eerste op het vlak van onderwijs.  

Iemand anders heeft altijd die keuzes voor mij gemaakt.  

Tot mijn 14de ging ik naar een "gewone" school in Ieper, waar iedereen van het weeshuis naar toe ging.    
Ik had een leuke tijd daar en we konden er veel doen.  

Op een dag, toen ik ongeveer twaalf jaar was, kwam de directeur van een andere instelling langs en vroeg me wat ik later wou worden.  

"Tuinman," antwoordde ik, want ik wou graag in Bellewaerde werken, zoals mijn broer. Die directeur hield me voor dat ik dat in zijn instelling kon leren. 
 
De eerste drie jaar kreeg ik inderdaad een opleiding tuinbouw, maar daarna mocht ik niet meer.  

Ze beslisten voor mij om mij vanaf dan in te zetten in een opleiding voor een beschutte werkplaats en bezigheid. Er werd geen rekening meer gehouden met mijn wensen en verlangens.  

Toen deze eerste droom in het water viel, wou ik voor broeder leren. Maar één van de mensen van de instelling zei dat mensen met een handicap niet voor broeder kon leren.  

Nu kan ik zelf kiezen welke opleiding ik wil volgen, in een school of zelfstandig met ondersteuning van mijn persoonlijk assistent.  

Zelf volg ik het liefst opleiding in een school waar mensen met en zonder handicap samen leren. Toch sluit ik niet uit dat sommige mensen met een handicap zich veiliger voelen in een bijzondere school.  

Een tweede gebied, waarop ik niet altijd dezelfde kansen kreeg, is op het vlak van wonen.  

Ik wil zelf kunnen kiezen waar ik woon, in welk huis en met wie.  

Iemand anders kan toch ook zelf kiezen waar hij wil wonen en wat hij wil eten.  

Vanaf mijn geboorte tot mijn 40 jaar leefde ik tussen de 4 muren van een instelling. Ik heb nooit de warmte van een gezin gekend.  

In de instelling werd er in mijn plaats beslist wat ik deed. 
 
Ik sliep samen met drie anderen op een kamer en ook douchten we allemaal samen. Zelfs de opvoeders kwamen controleren of je wel goed gewassen was.  

Maar twee jaar geleden veranderende mijn leven: mijn droom ging in vervulling. Dankzij de congressen voor personen met een handicap en goede relaties met twee mensen, Jan en Carolien, kon ik de instelling verlaten. Een bevrijding.  

Nu leef ik zelfstandig in Gent en kan ik mijn eigen leven leiden en vragen welke ondersteuning ik nodig heb.  

Een ander terrein, waarover ik jullie meer wil vertellen, is werken.  

Tijdens mijn verblijf in de instelling heb ik zowel in de beschutte werkplaats als in de bezigheid gewerkt.  
Dit was geen vrije keuze. De directeur bepaalde waar we moesten werken.  

Eerst heb ik in een beschutte werkplaats gewerkt, waar we trekkers maakten en inpakwerk deden.
Daarna hebben ze me overgeplaatst naar de bezigheid. Ik werkte graag in het zeefdruk- en stoelenatelier. Jammer genoeg werd ik in de bezigheid heel weinig betaald voor het werk.  

Nu werk ik ook nog op vrijwillige basis, maar ik kan zelf bepalen wat ik graag wil doen. Zo ben ik vooral bezig met de rechten van personen met een handicap, met het geven van voordrachten, met het schrijven van een boek rond relaties ...  

Ik wil nu ook graag 1 dag/week werken op de gewone arbeidsmarkt zoals in een drukkerij of aan de afwas in een restaurant. Het probleem is wel dat ik door mijn andersvalidenuitkering geen geld mag verdienen.  

Een laatste gebied, waarop ik ervaar niet altijd dezelfde kansen te krijgen als een persoon zonder handicap, is relaties.  

Voor mezelf is het niet gemakkelijk om relaties aan te gaan, zeker niet omdat ik het grootste deel van mijn leven, in een instelling heb doorgebracht. In de instelling, waar ik verbleef, werd er een muur rondom mij gemaakt en werd het thema relaties uit de weg gegaan. Ze gaven mij geen informatie over voortplanting. Als ik iets wou weten, moest ik het zelf uitzoeken achter de rug van de opvoeders. Maar ik stelde steeds weer vast dat deze informatie niet op een voor mij begrijpbare manier was geschreven. Bovendien maakten ze ons in de instelling wijs dat meisjes alleen op ons geld uit waren.  

Ik heb zelf vaak aan den lijve ondervonden dat meisjes afhaakten, wanneer ze vernamen dat ik een verstandelijke handicap heb en dat ik voor financiële zaken afhankelijk ben van een vrederechter en een bewindvoerder.  

Algemeen kan ik stellen dat er maar weinig mensen zijn die er durven voor uitkomen dat personen met een handicap behoefte hebben aan een relatie en een kinderwens kunnen hebben.  

Zelf vind ik dat iedereen recht heeft om kinderen te krijgen. Wanneer een persoon met een handicap naar een kind verlangt, moet men met mensen uit de omgeving kijken, hoe die wens gerealiseerd kan worden.  

Dit zijn zo de voornaamste moeilijkheden, die ik als persoon met een handicap in mijn leven ervaren heb.   
Sinds ik zelfstandig woon in een appartementje en een persoonlijk assistentiebudget heb, kan ik in vertrouwen méér praten rond verschillende thema's en méér bereiken wat ik wil.  

Mijn assistenten ondersteunen me ook in het begrijpen van zaken die rondom mij gebeuren en proberen ook zaken naar eenvoudige taal om te zetten.  

Om deze leefsituatie te kunnen bereiken was EEP een goed middel voor mij. EEP staat voor Eigenhandig Ervaringsdeskundig Plan. Eigenhandig betekent dat je zelf probeert inzicht te krijgen in wat je handicap precies is; Ervaringsdeskundig wil zeggen dat je beroep doet op verschillende ervaringen van mensen.  
  
Dit alles heeft een plan als resultaat.  

EEP is eigenlijk een vorm van toekomstplannen. Samen met een aantal mensen stel je een dossier op. In dat dossier staan je persoonlijke gegevens, je mogelijkheden en je beperkingen. Verder staat er ook in hoeveel ondersteuning en assistentie en welke hulpmiddelen ik nodig heb om zelfstandig te kunnen leven.  

In mijn EEP staan ook mijn toekomstdromen en mijn persoonlijk netwerk beschreven. Mijn netwerk bestaat uit 5 mensen, die samen met mij nadenken over mijn leven, denken over wat interessant is voor mij. Deze mensen ondersteunen me in mijn leven en helpen me om belangrijke beslissingen te maken. Ze zorgen ervoor dat er een oplossing gezocht wordt voor de noden die in mijn EEP staan.  

Zonder de EEP en mijn netwerk kon ik niet zelfstandig wonen en een PAB krijgen.  

Nu kan ik mijn eigen leven leiden en verder dromen.