|
HOME
Mijn levensverhaal
Voordracht Studiedag emancipatorisch werken - Mijn levensverhaal Kortemark, vrijdag 28 oktober Goeiemorgen allemaal, Mijn naam is Dominiek Porreye. Ik heb een verstandelijke handicap. Ik heb heel mijn leven in een instelling gewoond, maar sinds bijna twee jaar woon ik zelfstandig in Gent. Hier naast mij zit mijn assistente, Griet. Reeds 7 jaar ben ik bijna voltijds bezig met de Rechten van personen met een handicap. Vandaag wil ik jullie vertellen over mijn leven. Eerst zal ik jullie vertellen over mijn kindertijd in de instelling, daarna over mijn jonge jeugdjaren tot mijn veertigste in een andere instelling. Ik zal eindigen met jullie te vertellen over hoe ik nu zelfstandig woon en hoe ik nu mijn eigen leven in handen heb. De bedoeling van deze voordracht is om positieve beelden van een persoon met een handicap te tonen en om aan jullie te laten zien dat een persoon met handicap zelf veel kan bepalen en zelf zijn eigen leven kan leiden. Na de voordracht wil ik hierover graag met jullie van gedachten wisselen. Laten we teruggaan naar het begin. Ik ben geboren in een stal. Na de geboorte werd ik onmiddellijk weggenomen van mijn moeder, want ze wilde me niet. Ik werd naar het "Kribbeke", een weeshuis, in Oostende gebracht. Vanaf mijn 3 jaar kwam ik in "Ons Tehuis" terecht, waar een mooi avontuur begon. Daar waren we tamelijk vrij en hadden we contact met mensen buiten de instelling. We deden mee aan de Kattenstoet van Ieper en hadden veel plezier. We gingen op kamp met mensen zonder handicap. Op een dag, toen ik ongeveer twaalf jaar was, kwam de directeur van een andere instelling langs en vroeg me wat ik later wou worden. "Tuinman, " antwoordde ik, want ik wou graag in Bellewaerde werken. De directeur van Tordaele zei dat ik dat in zijn instelling kon volgen en ik ging met hem mee. De eerste 3 jaar kreeg ik inderdaad een opleiding tuinbouw, maar daarna niet meer. Er werd overgeschakeld naar een opleiding voor een beschutte werkplaats en een bezigheid. Er werd geen rekening meer gehouden met mijn wensen en verlangens. Een eerste droom viel in het water. Mijn tweede droom was om broeder te worden. Maar één van de broeders zei dat mensen met een handicap niet voor broeder konden leren. Op die manier kwam ik te weten dat ik een persoon met een handicap was. Ook mijn tweede droom viel in duigen. Mijn derde droom sloot nauw aan bij het broederschap, namelijk leraar godsdienst worden. Maar nadat ik gehoord had dat ik een handicap had, besloot ik dat het beter was om niet meer te dromen. Had ik in een gewoon gezin geleefd, had ik dit niet allemaal meegemaakt. En zouden waarschijnlijk mijn dromen uitgekomen zijn. Het leven in een instelling kun je vergelijken met het leven in een gevangenis. Je leefde tussen 4 muren. Je kon nooit in contact komen met andere mensen. Er werd in uw plaats beslist wat u deed. Je kon bijvoorbeeld niet kijken naar het programma dat je graag wou zien, je kon niet kiezen waar je op reis ging en wat je at. Je sliep samen met drie anderen op een kamer en ook douchte je allemaal samen. Zelfs de opvoeders kwamen controleren of je wel goed gewassen was. Wat ik ook miste in de instelling was seksuele voorlichting. Want men ging ervan uit dat een persoon met een handicap deze zaken niet hoefde te weten en geen behoefte had aan seksualiteit. Ik heb héél lang gedacht dat kinderen uit een bloemkool kwamen. Bovendien maakte de directeur van de instelling ons wijs dat meisjes niet bij jou kwamen uit liefde, maar omwille van het geld. En natuurlijk sloot ik me af van de meisjes. Ook op andere gebieden sloot ik me af door het donkere instellingsleven. Maar rond mijn 30ste kwam er geleidelijk een ommekeer. En langzaamaan brokkelden de muren rondom mij af. Een opvoeder uit de instelling nodigde me uit voor een congres. Dit was het eerste congres waarop de rechten van personen met een handicap werden besproken. Zo kwam je in contact met andere mensen, die over dezelfde rechten wilden praten. Plots zag ik een klein lichtje branden in de duisternis. Stilletjes aan werd het duidelijk dat de instellingen moesten veranderen. Zo werd er nagedacht over het leven van een persoon met een handicap in de instelling. Er waren opvoeders die inzagen dat er belangrijke zaken uit het congres kwamen, maar ze wezen ons erop dat we niet mochten zweven. Zo werd er voor mij en nog anderen stilletjes aan gedacht aan zelfstandig wonen. Op deze wijze begon ik meer en meer op te komen voor de rechten van personen met een handicap. Met één van de opvoeders werd overlegd hoe we het zouden aanpakken om zelfstandig te kunnen wonen. In september 1999 werd de stap naar zelfstandig leven gezet onder de vorm van begeleid wonen, dit wel nog afhankelijk van de instelling. Daar leerde ik koken, omgaan met geld en kon ik zelf beslissen wanneer en wat ik at en welke films ik wilde huren. Eindelijk had ik een beetje privéleven. Ineens had ik ook buren, zonder een handicap, en kwam ik op straat ook met veel nieuwe mensen in contact. En toch wilde ik nog meer zelfstandigheid. Gelukkig leerde ik toen in mijn zoektocht Jan-Jan en Caroline kennen. Af en toe kwamen we bijeen om te praten rond zelfstandig leven en wonen. Algauw werd het duidelijk dat ik hiervoor een netwerk nodig had, omdat ik geen familie heb. Een netwerk is een groep van mensen die het goed met je menen en die niet betaald worden om je te ondersteunen. Zo kan een persoonlijk assistent niet in je netwerk zitten. Later zal ik meer vertellen over deze assistentie. Het samenstellen van een netwerk ging heel vlot, omdat ik reeds goed wist welke personen ik in mijn netwerk wou. Naast dit netwerk had ik om zelfstandig te wonen nog iets heel belangrijks nodig, nl. assistentie. Want ik kan heel veel dingen zelf, maar bij sommige zaken heb ik wat hulp nodig, zoals voor mijn papieren, het vereenvoudigen van teksten ... Zo gingen we via sollicitaties op zoek naar een persoonlijke assistente. Door een budget van het Vlaams Fonds kan een persoon met een handicap een assistent in dienst nemen om deze persoon thuis, op het werk of in de vrije tijd te begeleiden. Dit is geen luxe, maar een noodzaak. Zonder een persoonlijk assistent kan een persoon met een handicap zijn/haar leven niet verder uitbouwen. Op 9 januari 2004 was het zover; mijn droom kon in vervulling gaan. Ik ging in Gent zelfstandig wonen. Een bevrijding! Ik had het gevoel dat ik als een gewone mens kon leven zonder reglementen. Ik kon ook voor de eerste keer écht mijn verjaardag vieren. Nu sta ik bijna twee jaar volledig op mijn eigen benen. Via het persoonlijk assentiebudget en mijn netwerk bouw ik een mooi leven uit. Ik geef voordrachten, ik ben bezig met het schrijven van een boek rond relaties van personen met een handicap, ik heb mijn eigen website, ik zit in de raad van bestuur van Grip. Grip is een organisatie die opkomt voor gelijke rechten voor personen met een handicap en invloed heeft op het Vlaams welzijnsbeleid. Zo zie je maar dat het leven van mensen met een handicap mooi kan worden, als je blijft vechten, als je de juiste mensen ontmoet en achter de juiste ideeën staat. Er wordt nog altijd van uit gegaan dat een persoon met een handicap zich enkel veilig voelt in een instelling. Uit ervaring heb ik geleerd dat dit niet altijd klopt. Sommigen voelen zich er goed, maar anderen helemaal niet. Om dit te weten te komen moet er dus meer dialoog komen tussen mensen met en zonder handicap. Jullie zijn een voorbeeld voor de anderen, want jullie luisteren naar mensen met een beperking. Er is de laatste jaren al veel gerealiseerd voor personen met een handicap, maar er moet ook een dialoog kunnen aangegaan rond relaties. In opleidingen wordt hierover weinig gesproken. Het gaat vooral over zorg en begeleiding, maar niet zozeer over wat in de persoon met een handicap leeft. God, waarom zijn de meisjes niet voor ons gemaakt? Nu zal ik mijn website voorstellen. Op mijn website kun je mijn visie vinden over thema's die leven bij mensen met een handicap. Ook over relaties en kinderen. Samen met mijn assistente, Griet, ben ik bezig met het schrijven van een boek over relaties voor personen met een handicap. Ik vind het belangrijk dat mensen zonder handicap weten dat personen met een handicap ook verlangen naar een lief en naar kinderen. Ik wil een positief beeld geven over relaties bij personen met een handicap. Want mensen met een handicap moeten vechten voor dat recht. De meter van mijn website is Mieke Vogels. De peter is Roel Vanderstukken. Gisteren maakten we pas een foto samen. Ik nodig jullie uit om mijn website te bezoeken en via het forum kunnen jullie ideeën of opmerkingen doorgeven. Zo zie je maar dat een persoon met een handicap met de gepaste ondersteuning ook een website kan maken. Nu kunnen jullie vragen stellen aan mij of aan mijn persoonlijke assistente. Jullie mogen natuurlijk ook eigen visies of opmerkingen geven.
|